|
Beveiligingscode (5 tot 10 cijfers) De beveiligingscode beveiligt de telefoon tegen onbevoegd gebruik. De code is standaard ingesteld op 12345. Wijzig de code en houd de nieuwe code geheim. Bewaar de code op een veilige plaats uit de buurt van de telefoon. Als je vijf keer achter elkaar een onjuiste beveiligingscode hebt ingetoetst, wordt de invoer van de code genegeerd. Wacht vijf minuten en toets de code opnieuw in.
PIN- en PIN2-code (4 tot 8 cijfers) De PIN-code (Personal Identification Number) beschermt de SIM-kaart tegen ongeoorloofd gebruik. De PIN-code wordt meestal bij de SIM-kaart geleverd. Je kunt instellen dat telkens om de PIN-code wordt gevraagd wanneer de telefoon wordt ingeschakeld. Voor bepaalde functies heb je de PIN2-code nodig die bij sommige SIM-kaarten wordt geleverd.
Module-PIN en ondertekenings-PIN De module-PIN is vereist voor toegang tot informatie in de beveiligingsmodule. De ondertekenings-PIN is nodig voor de digitale handtekening. De module-PIN en ondertekenings-PIN worden bij de SIM-kaart geleverd als de SIM-kaart voorzien is van een beveiligingsmodule. Als je drie keer na elkaar een onjuiste PIN-code hebt ingetoetst, wordt mogelijk aangegeven dat de PIN-code is geblokkeerd en word je gevraagd de PUK-code in te toetsen.
PUK- en PUK2-code (8 cijfers) De PUK- (Personal Unblocking Key) of PUK2-code is vereist voor het wijzigen van een geblokkeerde PIN- of PIN2-code.
|