 Je kunt een telefoongesprek activeren door het uitspreken van een spraaklabel dat aan een telefoonnummer is gekoppeld. Elk gesproken woord (of woorden), zoals de naam van een persoon, kan als spraaklabel worden gebruikt. Je kunt maximaal tien spraaklabels invoeren. Houd bij het gebruik van spraaklabels rekening met het volgende:
- Spraaklabels zijn niet taalgevoelig. Ze zijn afhankelijk van de stem van de spreker.
- Spraaklabels zijn gevoelig voor achtergrondgeluiden. Neem de spraaklabels op en speel ze af in een rustige omgeving.
- Houd de telefoon in de normale positie tegen je oor als je een spraaklabel opneemt of een nummer kiest via een spraaklabel.
- Erg korte namen worden niet geaccepteerd. Gebruik lange namen en vermijd het gebruik van soortgelijke namen voor verschillende nummers.
Een spraaklabel koppelen
- Druk vanuit de standby-modus op
.
- Ga naar het contact waaraan je een spraaklabel wilt koppelen en druk op Details. Ga naar het gewenste telefoonnummer en druk op Opties.
- Selecteer Sprklabel toev..
- Druk op Starten en spreek duidelijk het woord of de woorden uit die je als spraaklabel wilt opnemen. Na de opname wordt de opgenomen spraaklabel afgespeeld.
Nadat je de spraaklabel hebt opgeslagen, wordt Spraaklabel opgeslagen weergegeven, klinkt er een geluidssignaal en wordt het symbool weergegeven achter het telefoonnummer met de spraaklabel.
Bellen met behulp van een spraaklabel Als de telefoon gegevens verzendt of ontvangt via een GPRS-verbinding, sluit je de toepassing hiervoor af om een oproep te starten via een spraaklabel.
- Houd in de standby-modus de knop Volume omlaag ingedrukt of houd Contacten (of Favor.) ingedrukt. Er klinkt een korte toon en de tekst Nu spreken a.u.b. wordt weergegeven.
- Spreek de spraaklabel duidelijk uit. Als de telefoon de spraaklabel herkent, wordt de spraaklabel afgespeeld en wordt het nummer na 1,5 seconde gekozen.
Als je een compatibele hoofdtelefoon met de hoofdtelefoontoets gebruikt, houd je deze toets ingedrukt om de oproep met spraaklabel te starten.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Je moet de naam op precies dezelfde manier uitspreken als bij het opnemen. Dat kan soms moeilijk zijn, bijvoorbeeld in een rumoerige omgeving of in een noodgeval. Het is daarom niet verstandig om onder alle omstandigheden uitsluitend te vertrouwen op het kiezen met spraaklabels.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|