- Zorg ervoor dat de IR-poorten van het verzendende en het ontvangende apparaat op elkaar gericht zijn en dat er geen obstakels zijn tussen deze apparaten. De aanbevolen afstand tussen beide apparaten bedraagt maximaal één meter.
- Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Instellingen, Connectiviteit en Infrarood om de infraroodpoort van de telefoon te activeren voor het ontvangen van gegevens.
- De gebruiker van het zendende toestel selecteert vervolgens de gewenste infraroodfunctie om de gegevensoverdracht te starten.
Als de gegevensoverdracht niet binnen twee minuten na het activeren van de infraroodpoort wordt gestart, wordt de verbinding verbroken en moet je opnieuw beginnen.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Je kunt deze functie alleen gebruiken als de telefoon is ingeschakeld. Schakel de telefoon niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storingen of gevaar zou kunnen opleveren. |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|