 Voordat je e-mail kunt gebruiken, moet je de verbindingsinstellingen configureren in het menu Diensten en deze instellingen activeren. Neem contact op met je serviceprovider of netwerkoperator voor meer informatie.
Je kunt de e-mailinstellingen ontvangen als OTA-bericht (Over-the-Air) van je netwerkoperator of serviceprovider.
De e-mailinstellingen handmatig intoetsen Druk op Menu en selecteer Berichten, Berichtinstellingen en E-mailberichten.
- Selecteer Actieve e-mailinstellingen en activeer de set waarin je de instellingen wilt opslaan. Selecteer Bewerk actieve e-mailinstellingen en bewerk de actieve instellingen.
Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde gegevens in. Neem contact op met je netwerkoperator of serviceprovider voor de instellingen.
- Mailboxnaam. Toets een naam in voor de mailbox. Je kunt een willekeurige naam gebruiken.
- E-mailadres. Toets je e-mailadres in.
- Mijn mailnaam. Toets je naam of chatbenaming in. Je naam en e-mailadres worden weergegeven.
- Uitgaande (SMTP) server. Toets het adres van de server in.
- Type inkomende server. Selecteer POP3 of IMAP4, afhankelijk van het type e-mailsysteem dat je gebruikt. Selecteer IMAP4 als beide typen worden ondersteund.
Wanneer je het type server wijzigt, wordt het nummer voor de inkomende poort ook gewijzigd.
- Als je POP3 als servertype hebt geselecteerd, worden Inkomende (POP3) server, POP3-gebruikersnaam en POP3-wachtwoord weergegeven. Als je IMAP4 als servertype hebt geselecteerd, worden Inkomende (IMAP4) server, IMAP4-gebruikersnaam en IMAP4-wachtwoord weergegeven. Toets het serveradres voor binnenkomende e-mail in en geef vervolgens de gebruikersnaam en het wachtwoord op om toegang te krijgen tot de mailbox. Als je geen SMTP-gebruikersnaam of SMTP-wachtwoord hebt gedefinieerd, gebruikt de e-mailserver in plaats daarvan de POP3/IMAP4-gebruikersnaam en het POP3/IMAP4-wachtwoord.
- Voor Overige inst. kun je de volgende opties selecteren:
- Ondertekening bijvoegen. Je kunt een handtekening definiëren die automatisch aan het einde van je e-mailbericht moet worden toegevoegd wanneer je het bericht opstelt.
- SMTP-verificatie gebruiken. Als je e-mailprovider verificatie voor het verzenden van e-mailberichten vereist, selecteer je Ja. In dat geval moet je ook je SMTP-gebruikersnaam en SMTP-wachtwoord opgeven.
- SMTP-gebruikersnaam. Toets de gebruikersnaam voor uitgaande e-mailberichten in die je hebt ontvangen van je e-mailprovider.
- SMTP-wachtwoord. Toets het wachtwoord in dat je wilt gebruiken voor uitgaande mails.
- Uitgaande (SMTP) poort. Toets het nummer in van de poort van de e-mailserver voor uitgaande e-mail. Meestal heeft deze de standaardwaarde 25.
De volgende opties zijn afhankelijk van het type server dat je kiest, POP3 of IMAP4.
Als je het servertype POP3 hebt geselecteerd, worden de volgende opties weergegeven:
- Ink. (POP3/IMAP) poort. Toets het poortnummer in dat je hebt ontvangen van je e-mailprovider.
- Antwoordadres. Toets het e-mailadres in waarnaar antwoordberichten moeten worden verzonden.
- Beveiligde aanmelding. Selecteer Beveiligde aanmelding aan als voor de verbinding een gecodeerde aanmelding moet worden ingevoerd. Als dit niet hoeft, selecteer je Beveiligde aanmelding uit. Raadpleeg je serviceprovider in geval van twijfel. Met een gecodeerde aanmelding verhoog je de beveiliging voor gebruikersnamen en wachtwoorden. De verbinding zelf wordt er niet extra door beveiligd.
- E-mails ophalen. Toets het maximale aantal e-mails in dat je tegelijkertijd wilt ophalen.
- SMTP-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor uitgaande e-mail te definiëren.
- POP3-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor inkomende e-mail te definiëren.
Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde gegevens in. Neem contact op met je e-mailprovider voor de instellingen.
Als je het servertype IMAP4 hebt geselecteerd, worden de volgende opties weergegeven:
- Inkomende (IMAP4) poort. Toets het poortnummer in dat je hebt ontvangen van je e-mailprovider.
- Antwoordadres. Toets het e-mailadres in waarnaar antwoordberichten moeten worden verzonden.
- E-mails ophalen. Toets het aantal e-mails in dat je tegelijkertijd wilt ophalen.
- Ophaalmethode. Selecteer Laatste e-mail als je alle nieuwe e-mailberichten wilt ophalen of selecteer Laatste ongelez. als je alleen de ongelezen e-mailberichten wilt ophalen.
- SMTP-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor uitgaande e-mail te definiëren.
- IMAP4-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor inkomende e-mail te definiëren.
Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde gegevens in. Neem contact op met je e-mailprovider voor de instellingen.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
De e-mailinstellingen zijn van invloed op het verzenden, ontvangen en bekijken van e-mailberichten. Met de verbindingsinstellingen wordt het berichtenverkeer geregeld. Afhankelijk van je netwerkoperator of serviceprovider worden deze instellingen verbindingsinstellingen, WAP-instellingen of anders genoemd.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|