Nokia - Connecting People
Nokia 6230 - Interactieve handleiding

WOORDENLIJST | SITE INDEX
Hoofdpagina     Aan de slag   De telefoon gebruiken     Connectiviteit      Tips en hints  
Nieuwe voorzieningen   Toetsen en aansluitingen   Menufuncties     Instellingen   Technologieën     Voor uw veiligheid

De SIM-kaart en de batterij installeren
E-mailinstellingen
Instellingen voor chatten en Mijn aanwezigheid
Instellingen voor synchronisatie
Beveiligingsinstellingen

   E-mailinstellingen

 

Voordat je e-mails kunt verzenden en ontvangen, moet je eerst de e-mailinstellingen voor de telefoon configureren.

Druk op Menu en selecteer Berichten, Berichtinstellingen en E-mailberichten.

  • Selecteer Actieve e-mailinstellingen en activeer de set waarin je de instellingen wilt opslaan. Selecteer Bewerk actieve e-mailinstellingen en bewerk de actieve instellingen.

    Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde gegevens in.
    Neem voor de juiste instellingen contact op met je netwerkoperator
    of e-mailprovider.

    • Mailboxnaam. Toets een naam in voor de mailbox. Je kunt elke gewenste naam gebruiken.

    • E-mailadres. Toets je e-mailadres in.

    • Mijn mailnaam. Toets je naam of alias in. Je naam en e-mailadres worden weergegeven.

    • Uitgaande (SMTP) server. Toets het adres van de server in.

    • Type inkomende server. Selecteer POP3 of IMAP4, afhankelijk van het type e-mailsysteem dat je gebruikt. Selecteer IMAP4 als beide typen worden ondersteund. Als je het servertype wijzigt, wordt ook het poortnummer voor inkomende e-mail gewijzigd.

    • Als je POP3 als servertype hebt geselecteerd, worden Inkomende (POP3) server, POP3-gebruikersnaam en POP3-wachtwoord weergegeven.

      Als je IMAP4 als servertype hebt geselecteerd, worden Inkomende (IMAP4) server, IMAP4-gebruikersnaam en IMAP4-wachtwoord weergegeven.

      Toets het serveradres voor binnenkomende e-mail in en geef vervolgens de gebruikersnaam en het wachtwoord op om toegang te krijgen tot de e-mailaccount.

      Als je geen SMTP-gebruikersnaam of SMTP-wachtwoord hebt gedefinieerd, gebruikt de e-mailserver in plaats daarvan een POP3/IMAP4-gebruikersnaam en -wachtwoord.

  • Overige instellingen en selecteer:

    • Ondertekening bijvoegen. Je kunt een handtekening definiëren
      die automatisch aan het einde van je e-mailbericht moet
      worden toegevoegd wanneer je het bericht opstelt.

    • SMTP-verificatie gebruiken. Als je e-mailprovider verificatie vraagt
      voor het verzenden van e-mailberichten, selecteer je Ja. In dat
      geval moet je ook je SMTP-gebruikersnaam en SMTP-
      wachtwoord
      opgeven.

    • SMTP-gebruikersnaam. Toets de gebruikersnaam voor uitgaande e-mail
      in die je van de e-mailprovider hebt ontvangen.

    • SMTP-wachtwoord. Toets het wachtwoord in dat je voor uitgaande
      e-mailberichten wilt gebruiken.

    • Uitgaande (SMTP) poort. Toets het nummer in van de poort van de
      e-mailserver voor uitgaande e-mail. Meestal heeft deze de standaardwaarde 25.

    Als je als servertype POP3 hebt geselecteerd, worden de
    volgende opties weergegeven:
    • Inkomende (POP3) poort. Toets het poortnummer in dat je van de
      e-mailprovider hebt gekregen.

    • Antwoordadres. Toets het e-mailadres in waarnaar de antwoorden
      moeten worden gestuurd.

    • Beveiligde aanmelding. Schakel Beveiligde aanmelding in als voor de verbinding een gecodeerde aanmelding nodig is. Laat deze optie anders op Beveiligde aanmelding uit staan. Raadpleeg je serviceprovider in geval van twijfel. Met een gecodeerde aanmelding verhoog je de beveiliging voor gebruikersnamen en wachtwoorden. De verbinding zelf wordt er niet extra door beveiligd.

    • E-mails ophalen. Geef aan hoeveel e-mailberichten je per keer wilt ophalen.

    • SMTP-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor uitgaande e-mail te definiëren.

    • POP3-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen voor inkomende e-mail te definiëren. Zie "De dienstinstellingen handmatig intoetsen" in de gedrukte gebruikershandleiding bij de Nokia 6230.

      Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde gegevens in. Neem contact op met je e-mailprovider voor de instellingen.
    Als je als servertype IMAP4 hebt geselecteerd, worden de volgende opties weergegeven:
    • Inkomende (IMAP4) poort. Toets het poortnummer in dat je van de
      e-mailprovider hebt gekregen.

    • Antwoordadres. Toets het e-mailadres in waarnaar de antwoorden
      moeten worden gestuurd.

    • E-mails ophalen. Geef aan hoeveel e-mailberichten je per keer
      wilt ophalen.

    • Ophaalmethode. Selecteer Laatste e-mail als je alle nieuwe
      e-mailberichten wilt ophalen of selecteer Laatste ongelez. als
      je alleen de ongelezen e-mailberichten wilt ophalen.

    • SMTP-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen
      voor uitgaande e-mail te definiëren.

    • IMAP4-verbindingsinstellingen om de verbindingsinstellingen
      voor inkomende e-mail te definiëren. Zie "De dienstinstellingen handmatig
      intoetsen" in de gedrukte gebruikershandleiding bij de Nokia 6230.

      Selecteer één voor één de instellingen en toets de benodigde
      gegevens in. Neem contact op met je e-mailprovider voor
      de instellingen.

Opmerking:
- Voordat je e-mailberichten met je telefoon kunt gaan verzenden, heb je een actieve e-mailaccount van je serviceprovider nodig. Vraag bij de serviceprovider naar informatie over het instellen van een e-mailaccount.



© Nokia 2003juridische kennisgeving | privacybeleid