Met beveiligingsinstellingen kunt u verschillende soorten beperkingen en extra beveiligingsfuncties instellen. Dat doet u als volgt: 1. Druk op Menu in de standby-modus en selecteer Instellingen. 2. Selecteer Beveiligingsinstellingen. U kunt kiezen uit de volgende opties:
- PIN-code vragen: hiermee kunt u instellen dat naar de PIN-code van de SIM-kaart wordt gevraagd wanneer de telefoon wordt ingeschakeld. Voor sommige SIM-kaarten kan deze functie niet worden uitgeschakeld.
- Oproepen blokkeren: met deze netwerkdienst kunt u inkomende en uitgaande oproepen beperken. Selecteer een van de opties en schakel de belrestrictie in (Activeren) of uit (Annuleren), of controleer of er een dienst is geactiveerd (Controle status).
- Vaste nummers: u kunt uw uitgaande oproepen beperken tot bepaalde telefoonnummers (netwerkdienst).
- Beperkte groep gebruikers: met deze netwerkdienst kunt u oproepen beperken tot oproepen naar en van een geselecteerde groep mensen.
- Beveiligingsniveau: u kunt de telefoon zodanig instellen dat naar de beveiligingscode wordt gevraagd wanneer u een nieuwe SIM-kaart in de telefoon plaatst (Telefoon) of wanneer u het interne telefoongeheugen selecteert (Geheugen). Wanneer u het beveiligingsniveau wijzigt, worden alle recente oproepen gewist, met inbegrip van gemiste oproepen, ontvangen oproepen en gekozen nummers.
- Toegangscodes wijzigen: hiermee kunt u de beveiligingscode, PIN-code, PIN2-code of het blokkeerwachtwoord wijzigen. Deze codes kunnen bestaan uit de cijfers 0 tot en met 9. Zorg ervoor dat u toegangscodes gebruikt die afwijken van de alarmnummers, zoals 112, om te voorkomen dat u onbedoeld het alarmnummer kiest.
|